Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst de verzoeken om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van brillenglazen, maar het college wees dit af omdat de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de daarop gebaseerde Regeling zorgverzekering als een voorliggende, toereikende en passende voorziening worden beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat artikel 15 van Pro de Participatiewet (PW) in de weg staat aan bijstandverlening voor kosten die binnen de reikwijdte van de Zvw vallen en waarvoor een bewuste keuze is gemaakt om deze niet te vergoeden.
Appellante voerde aan dat het college had moeten onderzoeken waarom de kosten van een bril zijn uitgezonderd in de Zvw, maar de Raad oordeelde dat het college geen onderzoek hoeft te doen omdat de vooronderstelling gerechtvaardigd is dat deze keuze niet louter op budgettaire redenen berust. Appellante bracht geen bewijs tegen deze vooronderstelling naar voren.
Verder wees de Raad het beroep af dat het college artikel 35 van Pro de PW had toegepast, omdat het besluit was gebaseerd op beleidsregels die een afwijking van artikel 15 PW Pro mogelijk maken bij een aanvullende verzekering, welke appellante niet heeft. Verzoeken om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werden afgewezen omdat het financiële belang onder de € 1.000 ligt en de overschrijding ruim vier maanden bedroeg, wat leidt tot een constatering zonder vergoeding.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees alle verzoeken om schadevergoeding af. Appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor brillenglazen wordt bevestigd en verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen.