ECLI:NL:CRVB:2026:601
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending medewerkingsverplichting na huisbezoek
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet sinds 2011. Na een melding van een buitengewoon opsporingsambtenaar over een 'wiet dump' met haar adresgegevens en een telefoontje van haar zoon dat zij in Turkije verbleef, startte de gemeente Venlo een onderzoek naar de rechtmatigheid van haar bijstand. Dit onderzoek bestond uit het opvragen van gegevens over waterverbruik en afvalledigingen en waarnemingen bij het uitkeringsadres.
Appellante werd opgeroepen voor gesprekken, waarbij zij op 7 juni 2022 weigerde mee te werken aan een aansluitend huisbezoek om haar woon- en leefsituatie te controleren. Het college trok daarop haar bijstand per 7 juni 2022 in, wat na bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde.
In hoger beroep stelde appellante dat het huisbezoek niet nodig was en dat zij door psychische problemen niet kon overzien wat de weigering betekende. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was tot onderzoek en dat er een redelijke grond bestond voor het huisbezoek, gezien de discrepanties in de woon- en leefsituatie, het hoge waterverbruik, afvalgegevens en tegenstrijdige verklaringen van haar zoons.
De Raad verwierp het verweer dat het huisbezoek onnodig was en dat de weigering niet aan appellante kon worden toegerekend vanwege haar psychische toestand, omdat dit niet was onderbouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de intrekking van de bijstand in stand bleef en appellante geen proceskostenvergoeding kreeg.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet-medewerking aan een huisbezoek wordt bevestigd.