ECLI:NL:CRVB:2026:60
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over toekenning WGA-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
In deze zaak staat de vraag centraal of het UWV terecht een WGA-uitkering heeft toegekend aan een ex-werkneemster met een arbeidsongeschiktheid van 100% vanaf 8 juli 2020. Appellante betwist dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen deugdelijk zijn onderbouwd.
De Raad heeft een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige benoemd die concludeerde dat er onvoldoende objectieve medische informatie aanwezig is om de door het UWV aangenomen forse beperkingen te onderbouwen. De deskundige stelt dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) niet gevolgd kan worden en dat een urenbeperking van twee uur per dag en tien uur per week onvoldoende wordt ondersteund.
De Raad oordeelt dat het UWV de gebreken in het bestreden besluit niet heeft hersteld en vernietigt het besluit. Het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, waarbij het de mogelijkheid heeft een psychiatrisch expertiseonderzoek te laten verrichten. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht worden vergoed.
De uitspraak bevestigt het belang van een gedegen medische onderbouwing bij het vaststellen van arbeidsongeschiktheid en benadrukt de rol van onafhankelijke deskundigen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot toekenning van de WGA-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medische onderbouwing en het UWV wordt opgedragen opnieuw te beslissen.