Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
4.2. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de voor appellant vastgestelde belastbaarheid, zoals neergelegd in de FML van 28 juni 2023, niet (meer) ter beoordeling voorligt in deze procedure omdat de rechtbank in haar uitspraak van 20 maart 2024 de daartegen gerichte gronden uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft verworpen en appellant geen hoger beroep heeft ingesteld tegen deze uitspraak. [2] Dit geldt ook voor de medische geschiktheid van de functie huishoudelijk medewerker gebouwen (SBC-code 111334). Ter beoordeling ligt uitsluitend voor of het Uwv op juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 20 maart 2024 door een nadere motivering te geven voor de medische geschiktheid van de overige twee aan de schatting ten grondslag gelegde functies, te weten productiemedewerker (SBC-code 111180) en medewerker binderij (SBC-code 268030). Daarbij moet voor de functie van productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) als vaststaand worden aangenomen dat de belastbaarheid van appellant voor het werken met collega’s niet wordt overschreden.
4.3. De gronden die in het door appellant overgelegde medisch-arbeidskundige rapport van 4 augustus 2025 zijn aangevoerd over de ongeschiktheid van de functies wegens de prikkelgevoeligheid van appellant, komen er in de kern op neer dat het Uwv de belastbaarheid van appellant onjuist heeft vastgesteld/heeft overschat. Aangezien in deze procedure moet worden uitgegaan van de juistheid van de FML van 28 juni 2023, zullen deze gronden onbesproken blijven.