Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels en beleidsregels
Algemene wet bestuursrecht
Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
De beslissing op het bezwaar dient te berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld.
1. Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, bedoeld in artikel 36, de studietoeslag, bedoeld in artikel 36b, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.
Richtlijnen bijzondere bijstand gemeente Utrecht
Artikel 15. Kosten in verband met bijzondere sociale, financiële of medische omstandigheden
Voor bijstandsverlening komen in ieder geval de volgende kosten in aanmerking:
[…]
b. de kosten van een noodzakelijke, niet voorziene verhuizing;
c. de ten gevolge van een noodzakelijke, niet voorziene verhuizing ontstane dubbele woonkosten;
Artikel 16. Duurzame gebruiksgoederen
1. Bijzondere bijstand in de vorm van een lening kan worden verleend voor de noodzakelijke vervanging van duurzame gebruiksgoederen te weten: wasmachine, koelkast, gasfornuis, ledikant (inclusief bodem) en matras.
2. Bijstand voor een duurzaam gebruiksgoed wordt slechts één keer in de 10 jaar verleend.
3. Het restant van de leenbijstand wordt na verloop van drie jaren verleend als bijstand om niet voor zover tot dat tijdstip aan de verplichtingen tot aflossing is voldaan.
4. Indien en voor zover noodzakelijk kan gelet op de bijzondere omstandigheden de bijstand worden verleend om niet.
Artikel 17. Woninginrichting
1. Voor bijstandsverlening komen de noodzakelijke kosten van inrichting van een woning in aanmerking, als de belanghebbende behoort tot een van de volgende doelgroepen en feitelijk geen goederen en/of middelen bezit om een woning in te richten:
a. personen die een verblijfsvergunning hebben gekregen en op basis van de taakstelling huisvesting vluchtelingen voor de eerste maal in Utrecht een woning krijgen;
b. personen die na afloop van een Voorlopige Vergunning tot Verblijf (VVTV) in Utrecht een woning betrekken;
c. daklozen, die opnieuw een woning betrekken;
d. personen die na vertrek uit een vrouwenopvanghuis opnieuw een eigen woning gaan betrekken;
e. personen die uit een langdurige detentie of (psychiatrische) opname komen en opnieuw een woning betrekken;
f. personen die hun huis hebben vervuild en waarbij de GG&GD een schoonmaakoperatie heeft uitgevoerd;
g. overige personen die op grond van individuele omstandigheden aan een in a t/m f genoemde persoon kunnen worden gelijkgesteld.
2. De bijstand voor woninginrichting wordt uitgekeerd in de vorm van een uitkering om niet. De hoogte hiervan is forfaitair vastgesteld en afhankelijk van het soort huishouden en het soort woning, dat wordt betrokken.
3. Een reeds eerder binnen een periode van 10 jaar verstrekt bedrag aan inrichtingskosten, wordt in mindering gebracht op het in lid 2 genoemde bedrag.
4. De hoogte van de te verstrekken bedragen, zoals genoemd in lid 2, wordt door het college vastgesteld.
Artikel 20. Overgangsbepalingen
1. Het college kan aan een persoon die geen recht op bijstand heeft, gelet op alle omstandigheden, in afwijking van het vorenstaande bijstand verlenen als zeer dringende redenen daartoe noodzaken.