ECLI:NL:CRVB:2026:376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens finale kwijting in vaststellingsovereenkomst over Ziektewet-verrekening
Appellant ontving een bijstandsuitkering en een Ziektewet-uitkering die door het Uwv werd verrekend met de bijstand. Deze verrekening vond plaats in 2019. Appellant stelde dat deze verrekening onterecht was en verzocht om schadevergoeding, maar het besluit hierover werd door de rechtbank afgewezen omdat het besluit in rechte onaantastbaar was geworden.
Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, stellende dat het Uwv misbruik van bevoegdheid had gemaakt door zonder verzoek van de gemeente Almere te verrekenen. Het Uwv verweerde zich met een vaststellingsovereenkomst van 15 mei 2020, waarin finale kwijting was overeengekomen voor de periode vóór 1 mei 2020.
De Raad oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig is en dat de geschilperiode onder deze overeenkomst valt. Hierdoor staat de overeenkomst een inhoudelijke beoordeling van het geschil in de weg. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege finale kwijting in de vaststellingsovereenkomst over de periode vóór 1 mei 2020.