ECLI:NL:CRVB:2025:625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-verplichte verzekering werknemersverzekeringen en afwijzing schadevergoeding
Appellant verrichtte werkzaamheden in het kader van een re-integratietraject bij een bedrijf zonder loonbetaling, terwijl hij een uitkering ontving. Hij stelde dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst en dat hij daarom verplicht verzekerd was voor de werknemersverzekeringen over de periode van 3 januari 2017 tot 1 mei 2017. Tevens verzocht hij om schadevergoeding wegens misgelopen inkomsten.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees het verzoek af, stellende dat geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond omdat geen loon werd betaald en appellant een werkervaringsplek had met behoud van uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het schadeverzoek af, omdat niet voldaan werd aan de voorwaarden voor een arbeidsovereenkomst.
Appellant ging in hoger beroep, herhaalde zijn standpunt en voerde aan dat hij alsnog een bedrag van € 5.000,- van de gemeente had ontvangen dat als loon moest worden gekwalificeerd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe onderbouwing gaf en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep werd verworpen, het bestreden besluit bleef in stand en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.