ECLI:NL:CRVB:2026:374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens finale kwijting in vaststellingsovereenkomst over periode vóór 1 mei 2020
Appellant heeft een correctieverzoek ingediend bij het Uwv over het aantal loondagen in 2013, dat volgens hem onjuist is geregistreerd. Het Uwv heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat appellant geen bewijs heeft geleverd dat de polisadministratie onjuist is. De rechtbank Noord-Nederland heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat het Uwv terecht uitging van de gegevens in de polisadministratie en dat appellant onvoldoende concreet heeft aangetoond dat deze onjuist zijn.
Appellant is het niet eens met deze uitspraak en stelt dat het aantal loondagen en de polisadministratie onbetrouwbaar zijn en dat nader onderzoek naar zijn arbeidsverleden had moeten plaatsvinden. Het Uwv heeft echter aangevoerd dat er een vaststellingsovereenkomst is gesloten op 15 mei 2020, waarin finale kwijting is overeengekomen voor de periode vóór 1 mei 2020.
De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig is en dat deze finale kwijting inhoudt dat er geen nieuwe claims over de periode vóór 1 mei 2020 kunnen worden ingediend. Hierdoor staat de overeenkomst een inhoudelijke beoordeling van het geschil in de weg en moet het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk worden verklaard. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege finale kwijting in de vaststellingsovereenkomst over de periode vóór 1 mei 2020.