ECLI:NL:CRVB:2026:354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens rechtmatig besluit UWV
Appellant ontvangt sinds 1999 een WAO-uitkering en heeft in 2017 een verzoek tot herbeoordeling ingediend, waarna het UWV de uitkering met terugwerkende kracht verhoogde. Appellant vorderde vervolgens schadevergoeding omdat hij meent dat het besluit van 28 juni 2017 onrechtmatig is en schade heeft veroorzaakt.
De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af omdat het besluit in rechte vaststaat en niet onrechtmatig is. Het feit dat het UWV met terugwerkende kracht een hogere uitkering betaalde, betekent niet dat het besluit onrechtmatig is. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt dat het UWV het besluit niet onrechtmatig heeft erkend en dat het beroep van appellant op eerdere jurisprudentie niet opgaat. Het hoger beroep wordt verworpen en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat het besluit van 28 juni 2017 rechtmatig is en in rechte vaststaat.