ECLI:NL:CRVB:2026:317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten en toegenomen beperkingen
Appellante vroeg in 2019 een Wajong-uitkering aan vanwege een verstandelijke beperking en andere gezondheidsproblemen, maar het UWV weigerde deze toe te kennen na medisch onderzoek. Na een nieuwe aanvraag in 2022 oordeelde het UWV wederom dat er geen nieuwe feiten of toegenomen beperkingen waren die aanleiding gaven het eerdere besluit te herzien. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het besluit.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende zorgvuldig had gehandeld, dat haar beperkingen waren toegenomen en dat het medisch onderzoek niet adequaat was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, dat de medische stukken geen nieuwe feiten bevatten en dat de vermeende toename van beperkingen onvoldoende was onderbouwd.
De Raad bevestigde dat het oorspronkelijke besluit uit 2019 niet onjuist was en dat het verzoek om terug te komen op dat besluit niet slaagt. Het hoger beroep werd afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten en toegenomen beperkingen.