Uitspraak
23.511 PW-PV
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 4 juli 2022 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Helmond heeft de bijstand van betrokkene ingetrokken en de kosten van bijstand over 2021 teruggevorderd omdat betrokkene niet zijn hoofdverblijf had op het opgegeven uitkeringsadres en de inlichtingenverplichting schond.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het besluit vernietigd, omdat het waterverbruik op het uitkeringsadres volgens de rechtbank was gebaseerd op een schatting. De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat het waterverbruik van slechts 1 m3 in 2021 niet is geschat maar gebaseerd op een opgave van betrokkene zelf, wat extreem laag is en de vooronderstelling rechtvaardigt dat de woning niet bewoond wordt.
Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat het lage waterverbruik komt doordat de woning een bouwval was met defecte waterleidingen en riolering, en dat hij doordeweeks elders verbleef vanwege mantelzorg. Deze verklaring is niet met controleerbare gegevens onderbouwd en bevestigt juist dat het zwaartepunt van zijn persoonlijk leven niet op het uitkeringsadres lag.
De Raad oordeelt dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd vanwege schending van de inlichtingenverplichting. Het beroep op dringende redenen om van terugvordering af te zien faalt omdat de terugvordering niet door het college is veroorzaakt maar door betrokkene zelf. De Raad verklaart het beroep ongegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.