Appellant heeft een aanvullende beurs studiefinanciering aangevraagd voor zijn wo-masteropleiding, waarbij de minister het toetsingsinkomen van zijn ouders in Argentinië heeft vastgesteld op basis van de officiële wisselkoers van de Deutsche Bundesbank. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en stelde het bestreden besluit in stand.
In hoger beroep betoogde appellant dat de minister onjuist had gehandeld door niet de vrije wisselkoers te hanteren, niet de wisselkoers van het jaar van de bijdragebetaling te gebruiken, en geen rekening te houden met de valutatransactiebelasting in Argentinië. Tevens stelde appellant dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden vanwege de onbillijke situatie.
De Raad oordeelde dat de minister terecht uitging van de officiële wisselkoers van de Deutsche Bundesbank, omdat deze betrouwbare en objectieve gegevens levert. De wettelijke systematiek schrijft voor dat het toetsingsinkomen wordt omgerekend met de wisselkoers van het peiljaar, waarbij een vangnet bestaat voor inkomensdalingen. De belasting op valutatransacties is geen reden om af te wijken van de wettelijke systematiek, omdat de veronderstelde ouderlijke bijdrage een rekeneenheid is. De hardheidsclausule is niet van toepassing gezien de omstandigheden en de mogelijkheid tot peiljaarverlegging.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.