ECLI:NL:CRVB:2026:140
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- E.J.M. Heijs
- J.T.H. Zimmerman
- C.W.C.A. Bruggeman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen behandelend rechter in hoger beroep misbruik van recht STAP-aanvragen
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam waarin beroepen niet-ontvankelijk werden verklaard wegens misbruik van recht met betrekking tot meer dan 700 STAP-aanvragen en gevorderde dwangsommen.
Na de zitting van 19 november 2025 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter, die volgens verzoeker een vermanende en belerende houding aannam en een vijandige vraagstelling hanteerde. De behandelend rechter reageerde schriftelijk en berustte niet in de wraking. Tijdens de wrakingszitting op 16 december 2025 was verzoeker telefonisch aanwezig, de rechter niet.
De wrakingskamer heeft het proces-verbaal van de zitting opgevraagd en beoordeeld. De kamer oordeelde dat kritische vragen van de rechter niet leiden tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Ook was er geen bewijs dat de rechter het UWV heeft voorgesteld verzoeker 150 keer in de proceskosten te veroordelen. Het wrakingsverzoek is daarom afgewezen.
De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep en uitgesproken op 10 februari 2026. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.