Uitspraak
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat van het CAK een griffierecht van € 548,- wordt geheven.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene en zijn echtgenote werden duurzaam gescheiden levend verklaard, waarna het CAK de eigen bijdrage van de echtgenote corrigeerde en een bedrag van € 25.409,60 terugvorderde. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel en bepaalde dat het CAK een nieuwe beslissing moest nemen.
Het CAK stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Kort na het instellen van het hoger beroep overleed betrokkene en sloot het CAK een vaststellingsovereenkomst met de erven, waarin volledige restitutie van het teveel betaalde bedrag en een aanvullende betaling van € 14.520,35 werd overeengekomen. Hiermee werd het geschil over de eigen bijdrage beëindigd.
De Raad oordeelde dat het CAK geen procesbelang meer had bij het hoger beroep, omdat het resultaat van het beroep reeds was bereikt door de vaststellingsovereenkomst. Een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor procesbelang. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en legde het griffierecht op.
Uitkomst: Het hoger beroep van het CAK is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst.