Appellante, die sinds 2010 bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een aangepaste bril vanwege een oogtumor. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af omdat de Zorgverzekeringswet als passende voorliggende voorziening geldt en brillen niet worden vergoed vanuit de basisverzekering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit.
De Raad overwoog dat appellante een gewone bril heeft gekocht zonder extra kosten, ondanks het medische advies voor een aangepaste bril. Er is geen sprake van zeer dringende redenen zoals een acute noodsituatie die ernstige gevolgen zou veroorzaken bij het niet verlenen van bijstand. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen toezegging of concrete uitlating van het dagelijks bestuur is aangetoond.
De Raad concludeert dat het dagelijks bestuur terecht de bijzondere bijstand heeft geweigerd en appellante geen recht heeft op terugbetaling van proceskosten of griffierecht. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.