ECLI:NL:CRVB:2025:762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bijstand na 18e verjaardag ondanks bijzondere omstandigheden
Appellant stond tot zijn 18e onder toezicht van een jeugdzorginstelling en had daarna een bewindvoerder en mentor. Hij vroeg bijstand aan met ingang van 15 juni 2022, maar wenste dit met terugwerkende kracht vanaf zijn 18e verjaardag op 13 april 2022. Het dagelijks bestuur kende bijstand toe vanaf de datum van aanvraag, omdat geen bijzondere omstandigheden waren vastgesteld die terugwerkende kracht rechtvaardigen.
Appellant stelde dat hij niet zelf kon aanvragen en erop mocht vertrouwen dat zijn belangenbehartigers dit zouden doen. De Raad oordeelde dat het nalaten van de jeugdzorginstelling en bewindvoerder voor risico van appellant komt, omdat het handelen van personen aan wie betrokkene zijn belangen toevertrouwt, voor diens risico is.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde het besluit van het dagelijks bestuur en de uitspraak van de rechtbank. Appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten. De zaak illustreert het uitgangspunt dat bijstand niet wordt toegekend vóór de datum van aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen, wat hier niet het geval was.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bijstand wordt toegekend vanaf de datum van aanvraag, 15 juni 2022.