ECLI:NL:CRVB:2025:599
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep studiefinanciering migrerend werknemer tijdens verplichte buitenlandse stage
Appellante, met de Italiaanse nationaliteit, vroeg studiefinanciering aan voor haar HBO-opleiding, inclusief een aanvullende beurs en reisvoorziening, deels voor een periode waarin zij een verplichte stage in het buitenland volgde.
De minister wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan de nationaliteitseis. Appellante maakte bezwaar en kreeg gedeeltelijk gelijk voor de periode februari tot en met juli 2019. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante geen recht had op studiefinanciering vanaf augustus 2019 en dat de minister haar status als migrerend werknemer niet kon behouden tijdens de stage.
De Raad oordeelt dat appellante haar status als migrerend werknemer behoudt tijdens de stage, gelet op het EU-recht en jurisprudentie van het Hof van Justitie. De minister moet daarom opnieuw beslissen over de studiefinanciering voor de periode september 2018 tot en met januari 2019. Tevens is vastgesteld dat de procedure de redelijke termijn overschreed, waardoor appellante een schadevergoeding van € 2.000,- wordt toegekend. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de minister moet opnieuw beslissen over studiefinanciering voor de stageperiode; tevens wordt schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.