Uitspraak
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek tot veroordeling van vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, met de Bulgaarse nationaliteit, ontving vanaf 2016 studiefinanciering waaronder een collegegeldkrediet, lening, reisvoorziening en aanvullende beurs. De minister besloot in augustus 2020 dat appellante geen recht meer had op een aanvullende beurs vanwege het maximale aantal prestatiemaanden. Later, in oktober 2022, werd besloten dat zij geen recht meer had op een reisvoorziening omdat de maximale duur was verbruikt.
Appellante maakte pas in februari 2023 bezwaar tegen deze besluiten, wat door de minister niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees ook het verzoek tot schadevergoeding af, omdat appellante bewust had gekozen voor elektronische berichtgeving en haar berichten op Mijn DUO niet tijdig had gecontroleerd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat een e-mailprobleem bij haar Bulgaarse provider de vertraging veroorzaakte en dat het belang van rechtsbescherming zwaarder weegt dan strikte termijnhandhaving. De Raad oordeelde dat appellante verantwoordelijk is voor het functioneren van haar e-mailadres en dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake was van een onvoorziene technische storing buiten haar invloedssfeer.
De Raad bevestigde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is volgens artikel 6:11 Awb Pro en dat de belangenafweging geen aanleiding geeft tot afwijking. Het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen omdat er geen sprake was van een onrechtmatig besluit. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.