ECLI:NL:CRVB:2025:447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen op 18e verjaardag
Appellante verzocht om een Wajong-uitkering, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit af op grond van het oordeel dat zij vanaf haar 18e verjaardag en gedurende de vijf jaar daarna over arbeidsvermogen beschikte. Het bezwaar en het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heeft het standpunt van het Uwv bevestigd dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die aanleiding geven om terug te komen op het oorspronkelijke besluit van 10 september 2014. Medische stukken uit latere jaren werpen geen nieuw licht op de situatie rond de 18e verjaardag van appellante. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat appellante taken kan uitvoeren binnen een arbeidsorganisatie en over basale werknemersvaardigheden beschikt.
Verder oordeelde de Raad dat de regeling voor toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na de 18e verjaardag niet van toepassing is, omdat de periode al onderdeel was van het oorspronkelijke besluit. Ook is geen sprake van het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante vanaf haar 18e verjaardag en de vijf jaar daarna over arbeidsvermogen beschikte.