ECLI:NL:CRVB:2025:316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan wegens een autismespectrumstoornis en een laag IQ. Het UWV weigerde deze uitkering omdat uit verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek bleek dat zij weliswaar beperkt belastbaar is, maar dat haar arbeidsvermogen zich nog kan ontwikkelen. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond en kende haar wel een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat zij duurzaam geen arbeidsvermogen heeft en dat het UWV onvoldoende rekening hield met haar individuele situatie. Zij verzocht ook om inschakeling van een onafhankelijke deskundige en stelde dat er geen equality of arms was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het UWV voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is, mede omdat appellante nog niet eerder een behandeling heeft ondergaan die haar belastbaarheid zou kunnen verbeteren.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de medische rapporten zorgvuldig en logisch zijn en dat de algemene medische literatuur over autisme en behandelmogelijkheden adequaat is toegepast. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de weigering van de Wajong-uitkering. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.