ECLI:NL:CRVB:2025:256
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 58,96% na herbeoordeling door UWV
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, betwistte de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het UWV, die na herbeoordeling was vastgesteld op 58,96%. Hij stelde dat hij meer en duurzame beperkingen heeft die niet juist zijn meegewogen, en dat de geselecteerde functies zijn belastbaarheid overschrijden.
De zaak omvatte meerdere medische beoordelingen, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en een psychiater, die door de rechtbank en de Raad als zorgvuldig, inzichtelijk en consistent zijn beoordeeld. Appellant voerde laat in hoger beroep bezwaren aan tegen de deskundige Greveling-Fockens, maar deze werden niet ontvankelijk verklaard wegens strijd met de goede procesorde.
De Raad oordeelde dat het verzoek van de garantsteller tot herbeoordeling terecht was en dat het UWV verplicht was hierop te beslissen. De medische rapporten gaven geen aanleiding tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Ook de bezwaren tegen de geschiktheid van de geselecteerde functies werden ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Hierdoor blijft de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 58,96% en de daarbij behorende inkomenseis ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 58,96% arbeidsongeschiktheid en wijst het verzoek om schadevergoeding af.