ECLI:NL:CRVB:2025:1898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag wegens niet langdurig laag inkomen
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag op grond van artikel 36 van Pro de Participatiewet. Het dagelijks bestuur van Laborijn wees deze aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarde van een langdurig laag inkomen. Volgens het bestuur was het inkomen van appellant in de referteperiode (36 maanden voorafgaand aan de aanvraag) hoger dan de toepasselijke bijstandsnorm, met name in 2020.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de afwijzing van de aanvraag. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat het dagelijks bestuur het gemiddelde inkomen over de gehele referteperiode had moeten nemen in plaats van het inkomen op jaarbasis. Ook voerde hij aan dat de marginale overschrijding hoger dan €409,- moest worden vastgesteld en dat het inkomen over 2020 moest worden verlaagd met een teruggevorderd bedrag.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Doetinchem 2016 duidelijk bepaalt dat het inkomen op jaarbasis bepalend is voor de beoordeling van langdurig laag inkomen. De door appellant voorgestelde interpretatie van een gemiddeld inkomen over 36 maanden vindt geen steun in de verordening of toelichting. Daarnaast is de marginale overschrijding vastgesteld op €409,- en niet op €2.000,- zoals appellant stelde. Het teruggevorderde bedrag verandert niets aan het feit dat appellant in 2020 feitelijk over een hoger inkomen beschikte dan de norm. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de afwijzing van de aanvraag blijft in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om individuele inkomenstoeslag wordt bevestigd omdat appellant geen langdurig laag inkomen heeft.