ECLI:NL:CRVB:2025:1781
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Ziektewet-uitkering wegens lopende arbeidsovereenkomst bij ziekmelding
Appellant was sinds 1 november 2020 in dienst bij een werkgever op basis van een oproepovereenkomst die liep tot 28 april 2021. Op 18 januari 2021 meldde appellant zich ziek en vroeg een Ziektewet-uitkering aan. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees de aanvraag af omdat er nog een lopende arbeidsovereenkomst was, waardoor geen recht op ZW-uitkering bestaat.
De rechtbank Limburg bevestigde dit standpunt en wees het beroep van appellant af. De rechtbank stelde vast dat het niet oproepen van appellant geen opzegging van de arbeidsovereenkomst betekende, mede gelet op het ontslagrecht en de bepalingen in de arbeidsovereenkomst. Ook het beroep van appellant op een eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd niet gevolgd.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad benadrukte dat op het moment van ziekmelding de arbeidsovereenkomst nog bestond en dat er geen rechtsgeldige opzegging had plaatsgevonden. Hierdoor kon appellant niet als vangnetter worden aangemerkt en had hij geen recht op een ZW-uitkering. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om een Ziektewet-uitkering wordt afgewezen omdat op het moment van ziekmelding nog een arbeidsovereenkomst bestond.