Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de voorzieningenrechter
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- wijst het verzoek om herziening af;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft verzoekster op 6 september 2025 een verzoek om herziening ingediend tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Raad van 21 augustus 2025, waarin haar verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aanleiding geven tot herziening. Verzoekster stelde dat zij tijdens de zitting van 14 augustus 2025 werd overvallen door het feit dat niet alleen de voorlopige voorziening, maar ook de hoofdzaak werd behandeld. De voorzieningenrechter heeft echter vastgesteld dat verzoekster op de hoogte was van de mogelijkheid dat de hoofdzaak ook behandeld zou worden en dat zij geen bezwaar heeft gemaakt tijdens de zitting. De voorzieningenrechter heeft de zaak zonder zitting behandeld omdat partijen geen behoefte hadden aan een zitting. De voorzieningenrechter heeft geconcludeerd dat er geen grond is voor herziening en heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak van 21 augustus 2025 blijft daarmee in stand.