ECLI:NL:CRVB:2025:1645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling WIA-dagloon ondanks betwisting door werkneemster
Appellante viel op 17 juni 2020 wegens ziekte uit en kreeg vanaf 15 juni 2022 een WIA-uitkering met een dagloon vastgesteld op €96,61 door het UWV, gebaseerd op loongegevens van de ex-werkgeefster uit de polisadministratie.
Appellante maakte bezwaar tegen deze vaststelling en stelde dat zij in een bepaalde periode meer uren had gewerkt dan in de polisadministratie was opgenomen, wat volgens haar tot een hoger dagloon zou moeten leiden. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond omdat appellante onvoldoende bewijs leverde dat het loon onjuist was vastgesteld en dat het loon in de referteperiode vorderbaar maar niet inbaar was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak na behandeling van het hoger beroep. De Raad oordeelt dat appellante geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die tot een andere beoordeling leiden en onderschrijft de motivering van de rechtbank. Het beroep wordt afgewezen en het dagloon blijft vastgesteld op €96,61.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het WIA-dagloon blijft vastgesteld op €96,61.