ECLI:NL:CRVB:2025:1603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verhoging Wajong-uitkering met beperkte terugwerkende kracht
Appellant, die sinds zijn achttiende een Wajong-uitkering ontvangt vanwege ernstige verstandelijke en lichamelijke beperkingen, verzocht om een verhoging van zijn uitkering met terugwerkende kracht van vijf jaar. Het UWV verhoogde de uitkering tot 85% van de grondslag per 11 januari 2022, later gewijzigd naar 11 januari 2021. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de terugwerkende kracht wettelijk beperkt is tot maximaal één jaar, tenzij sprake is van een bijzonder geval.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn situatie een bijzonder geval vormde vanwege zijn ernstige beperkingen en het ontbreken van informatie over de mogelijkheid tot verhoging. De Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat de medische situatie en onwetendheid van de ouders geen bijzondere omstandigheden zijn die een langere terugwerkende kracht rechtvaardigen.
De Raad benadrukte dat de wettelijke regeling bewust een maximale terugwerkende kracht van één jaar toestaat, met uitzondering van bijzondere gevallen, en dat de belangen van appellant adequaat worden behartigd door zijn ouders. De uitspraak bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De verhoging van de Wajong-uitkering tot 85% per 11 januari 2021 met maximaal een jaar terugwerkende kracht wordt bevestigd.