ECLI:NL:CRVB:2008:BD7441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzonder geval en ingangsdatum WAO-uitkering bij late aanvraag
Appellant heeft een arbeidsongeschiktheidsuitkering aangevraagd met een eerste ziektedag op 1 oktober 1991, maar het UWV stelde de eerste arbeidsongeschiktheidsdag vast op 20 februari 1992. De uitkering werd aanvankelijk geweigerd omdat appellant niet werkzaam was op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag. Na deskundigenrapport en bezwaar werd een uitkering toegekend met ingang van 12 februari 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat geen sprake was van een bijzonder geval in de zin van artikel 35, tweede lid, WAO, dat een eerdere ingangsdatum zou rechtvaardigen. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat onbekendheid met de WAO-regeling geen bijzonder geval oplevert.
Appellant voerde psychische problematiek aan als reden voor de late aanvraag, maar de Raad oordeelt dat appellant vanaf het begin besefte dat hij ernstig ziek was en dat er geen aanwijzingen zijn dat zijn geestelijke toestand hem redelijkerwijs verhinderde eerder een aanvraag te doen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd onder verbetering van gronden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen bijzonder geval bestaat en wijst het beroep van appellant af.