ECLI:NL:CRVB:2025:1551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing studiefinanciering wegens onvoldoende uren als migrerend werknemer tijdens coronaperiode
Appellante, met de Italiaanse nationaliteit, vroeg studiefinanciering aan voor de periode november 2021 tot en met augustus 2022. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende gewerkte uren om als migrerend werknemer te worden aangemerkt, behalve voor november 2021. Appellante werkte in december 2021, januari en februari 2022 te weinig uren en kon dit niet aannemelijk maken als gevolg van coronamaatregelen.
De rechtbank vernietigde de besluiten vanwege motiveringsgebreken, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellante niet voldeed aan het urencriterium en geen bijzondere omstandigheden aannemelijk maakte. In hoger beroep stelde appellante dat de coronasituatie de oorzaak was van het geringe aantal uren, maar zij overlegde geen verklaring van haar werkgever ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat appellante niet voldeed aan het urencriterium en niet aannemelijk had gemaakt dat het geringe aantal uren het gevolg was van de coronamaatregelen. Het beroep op het coulancebeleid en de hardheidsclausule faalde omdat de werkgever geen verklaring had afgegeven en de horeca niet per definitie gesloten was voor alle werkzaamheden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de afwijzing van studiefinanciering voor december 2021 tot en met februari 2022. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door A. Hoogenboom op 16 oktober 2025.
Uitkomst: Appellante krijgt geen studiefinanciering voor december 2021 tot en met februari 2022 wegens onvoldoende uren en gebrek aan bewijs van coronagerelateerde beperkingen.