Appellant ondervindt beperkingen door psychische problematiek en vroeg jeugdhulp aan bij het college van Papendrecht. Het college wees een deel van de hulp toe en wees een ander deel af, waarbij het stappenplan voor jeugdhulp niet op een inzichtelijke wijze werd doorlopen. De rechtbank Rotterdam oordeelde deels in het voordeel van het college en deels in het voordeel van appellant.
In hoger beroep stelde appellant dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat het college het stappenplan niet correct had doorlopen, waardoor de beoordeling niet inzichtelijk was. De Raad concludeert dat het college onvoldoende heeft toegelicht welke jeugdhulp noodzakelijk is en dat het actieplan geen duidelijke vertaalslag maakt van onderzoeksbevindingen naar toegekende hulp.
De Raad vernietigt de bestreden besluiten en de uitspraken van de rechtbank, verklaart de beroepen gegrond en draagt het college op binnen acht weken nieuwe besluiten op bezwaar te nemen. Daarbij moet het college het stappenplan volledig en inzichtelijk doorlopen, de aard en omvang van de jeugdhulp duidelijk maken, en rekening houden met relevante regelgeving en jurisprudentie.
Verder veroordeelt de Raad het college in de proceskosten en bepaalt dat beroep tegen de nieuwe besluiten uitsluitend bij de Raad kan worden ingesteld.