ECLI:NL:CRVB:2025:1189
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WIA-uitkeringszaak
Appellante had bezwaar gemaakt tegen besluiten van het UWV omtrent haar recht op een WIA-uitkering. Na vernietiging van eerdere uitspraken en een nieuw besluit van het UWV, trok appellante haar beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad oordeelde dat het UWV in de proceskosten moet worden veroordeeld en dat de redelijke termijn in de gehele procedure met ruim twee jaar werd overschreden. De schadevergoeding werd verdeeld tussen het UWV en de Staat, omdat in de rechterlijke fase ook sprake was van overschrijding.
De Raad bepaalde een vergoeding van € 384,62 voor het UWV en € 115,38 voor de Staat, en legde proceskostenveroordelingen op aan beide partijen. Het UWV moet tevens het betaalde griffierecht vergoeden. De beslissing werd genomen zonder zitting, na schriftelijke behandeling en deskundigenrapport.
Uitkomst: Het UWV en de Staat worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van proceskosten aan appellante.