Appellant heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), welke door het CIZ is afgewezen op basis van medische adviezen. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de medische beoordeling onvoldoende was en dat er sprake was van een reëel risico op ernstig nadeel.
De Raad concludeert dat het CIZ de aanvraag terecht heeft afgewezen omdat geen blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid is vastgesteld. De medische adviezen zijn zorgvuldig tot stand gekomen, mede door dossieronderzoek en overleg met specialisten. Er is geen sprake van een uitbehandelde situatie en de somatische klachten vereisen geen acute zorg.
Daarnaast oordeelt de Raad dat er geen reëel risico op ernstig nadeel bestaat zoals bedoeld in de Wlz. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt toegewezen omdat de totale procedure langer dan vier jaar heeft geduurd, met name door een te lange behandeling bij het CIZ.
De Raad bevestigt het bestreden besluit, wijst het hoger beroep af, en veroordeelt het CIZ tot betaling van een schadevergoeding van € 500,- en de proceskosten van appellant voor het verzoek om schadevergoeding.