ECLI:NL:CRVB:2025:102
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omvang en tarief maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning onder Wmo 2015
Appellant, geboren met retinus pigmentosa en woonachtig met twee honden, ontvangt sinds 2008 een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp op grond van de Wmo 2015. Het college heeft in 2022 een pgb toegekend van 4 uur en 30 minuten per week, verhoogd naar 5 uur en 20 minuten na bezwaar. Appellant betwist de omvang, het tarief en de administratieve verplichtingen van het pgb.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit. De Raad toetste het hoger beroep en oordeelde dat de extra dertig minuten per week vanwege de honden voldoende is volgens het HHM Normenkader 2019. Appellant maakte onvoldoende aannemelijk dat meer tijd nodig is.
Verder is het pgb-tarief terecht als informele hulp vastgesteld, omdat de hulp niet voldoet aan de definitie van formele hulp in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Súdwest-Fryslân 2022. De rol van de Sociale verzekeringsbank bij de uitvoering van het pgb volgt uit de wet en kan niet worden gewijzigd.
Tot slot oordeelde de Raad dat de administratieve verplichtingen bij het pgb gerechtvaardigd zijn en niet in strijd met het discriminatieverbod. Het hoger beroep wordt afgewezen, het bestreden besluit blijft in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit over de omvang en het tarief van de maatwerkvoorziening blijft ongewijzigd.