ECLI:NL:CRVB:2024:901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen ondanks CVS/ME-klachten
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering op basis van duurzaam arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek geconcludeerd dat zij arbeidsvermogen heeft en heeft de uitkering geweigerd. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
In hoger beroep betoogt appellante dat de rechtbank onvoldoende rekening heeft gehouden met haar CVS/ME-diagnose en de verslechtering van haar gezondheidstoestand na het beoordelingsmoment. Zij stelt dat het UWV onvoldoende gebruik heeft gemaakt van relevante medische protocollen en adviezen. De Raad oordeelt echter dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, dat de beperkingen en belastbaarheid adequaat zijn vastgesteld en dat de verslechtering na het beoordelingsmoment niet tot een ander oordeel leidt.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Appellante krijgt geen Wajong-uitkering omdat zij ten minste vier uur per dag belastbaar is en ten minste één uur aaneengesloten kan werken. De vraag naar de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid blijft daarmee onbeantwoord.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante arbeidsvermogen heeft.