ECLI:NL:CRVB:2024:867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voortzetting AOW-pensioen en AIO-aanvulling naar gehuwdennorm wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellant, gehuwd en woonachtig in Nederland sinds 2008, ontvangt een gekort AOW-pensioen en een AIO-aanvulling naar de gehuwdennorm. Ondanks dat hij niet samenwoont met zijn echtgenote, heeft hij meerdere verzoeken gedaan om als ongehuwd te worden aangemerkt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft na onderzoek besloten het pensioen en de AIO-aanvulling ongewijzigd voort te zetten omdat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven.
De rechtbank Rotterdam heeft dit besluit bevestigd en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de feiten waren gewijzigd en dat de Svb onvoldoende onderzoek had gedaan, onder meer door het ontbreken van een huisbezoek. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het onderzoek zorgvuldig is verricht op basis van ingevulde formulieren en dat de mate van contact en financiële verstrengeling tussen appellant en zijn echtgenote duurzaam gescheiden leven uitsluit.
De Raad benadrukt dat duurzaam gescheiden leven niet alleen afhangt van het niet samenwonen, maar van het feitelijk leiden van een afzonderlijk leven alsof men niet gehuwd is. De frequentie van contact, gezamenlijke verzorging en financiële bijdragen tonen aan dat appellant en zijn echtgenote niet aan deze criteria voldoen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het pensioen blijft naar de gehuwdennorm voortgezet.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen en de AIO-aanvulling blijven naar de gehuwdennorm voortgezet.