ECLI:NL:CRVB:2024:804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na ontvangst erfenis ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellant ontving bijstand van januari 2019 tot juni 2020 en kreeg in juli 2020 een erfenis van ruim €100.000. Het dagelijks bestuur vorderde de bijstandskosten terug over de periode dat appellant nog niet over de erfenis kon beschikken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging.
De Raad beoordeelde of het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt en of het dagelijks bestuur een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt. Appellant kon geen concrete toezeggingen of gedragingen aanwijzen waaruit hij mocht afleiden dat terugvordering achterwege zou blijven. Bovendien wees het dagelijks bestuur bij het toekenningsbesluit juist op de mogelijkheid van terugvordering bij ontvangst van middelen.
Verder stelde appellant dat het bestuur onvoldoende rekening hield met de lange afwikkeling van de erfenis, zijn opleidingskosten en zijn levensonderhoud. De Raad oordeelde dat deze belangen wel waren meegewogen, onder meer via het advies van de bezwaarschriftencommissie, en dat het algemene belang van zorgvuldig omgaan met gemeenschapsgeld zwaarwegend is. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en handhaaft de terugvordering.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand na ontvangst van de erfenis wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt afgewezen.