ECLI:NL:CRVB:2022:1210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens niet voldoen aan minimale onderhoudseis voor kinderen in Marokko
Appellant vroeg kinderbijslag aan voor zijn in Marokko wonende kinderen, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde dit omdat hij niet voldeed aan de vaste onderhoudsbijdrage van €422 respectievelijk €425 per kwartaal. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het woonlandbeginsel niet op de onderhoudsbijdrage van toepassing is, wat door de Raad werd bevestigd.
De Raad overwoog dat de wetgever met het woonlandbeginsel de hoogte van de uitkering aanpast aan het kostenniveau van het woonland van het kind, maar de voorwaarden voor het verkrijgen van kinderbijslag ongewijzigd laat. De vaste onderhoudsbijdrage dient als drempel en is uniform, ongeacht woonplaats of inkomen.
Appellant stelde dat de vaste onderhoudsbijdrage voor kinderen in Marokko onrealistisch hoog is en dat dit leidt tot verboden discriminatie. De Raad oordeelde echter dat niet vaststaat dat verzekerden met kinderen in Marokko materieel benadeeld worden en dat het systeem van vaste onderhoudsbijdragen een legitiem, proportioneel en coherent doel dient.
De Raad concludeerde dat de weigering om het woonlandbeginsel toe te passen op de onderhoudsbijdrage niet leidt tot schending van discriminatieverboden en bevestigde de eerdere uitspraak. Appellant heeft geen recht op kinderbijslag over de betreffende kwartalen waarop hij niet voldeed aan de onderhoudseis.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag bevestigd wegens niet voldoen aan de vaste onderhoudsbijdrage.