ECLI:NL:CRVB:2024:2445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van drie aanvragen om bijstand wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellant heeft drie aanvragen om bijstand ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen, waarbij hij als woonadres een specifiek adres in [woonplaats] heeft opgegeven. Het college weigerde de aanvragen omdat het niet aannemelijk was dat appellant zijn hoofdverblijf op dat adres had. Dit werd onderbouwd met een onderzoek door de Sociale Recherche, waaruit bleek dat appellant zelden op het adres werd gezien, het waterverbruik extreem laag was, en een buurman verklaarde dat appellant slechts kort verbleef.
Appellant voerde aan dat hij vanwege financiële problemen veel bij vrienden verbleef en dat zijn kinderen deels bij zijn vriendin woonden. Hij overhandigde verklaringen van vrienden ter onderbouwing. De Raad oordeelde echter dat deze verklaringen onvoldoende waren om het extreem lage waterverbruik en het ontbreken van aanwezigheid op het adres te weerleggen.
Voor de tweede en derde aanvraag stelde appellant dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden, maar hij kon dit niet concreet onderbouwen. De Raad stelde vast dat de bewijslast bij appellant lag en dat hij niet had aangetoond dat hij nu wel aan de voorwaarden voor bijstand voldeed. De Raad bevestigde daarom de eerdere besluiten van de rechtbank en het college tot afwijzing van de aanvragen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens onvoldoende bewijs van hoofdverblijf op het opgegeven adres.