Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
€ 974,-;
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontvangt bijstand als alleenstaande ouder en woont sinds april 2009 op een kamer in een woning te [woonplaats]. De gemeente start een onderzoek naar haar woon- en leefsituatie in het kader van het project 'Hoogwaardig Handhaven'. Na dossieronderzoek, gesprekken en een huisbezoek concludeert de gemeente dat betrokkene en een medebewoner een gezamenlijke huishouding voeren en trekt de bijstand per 20 maart 2012 in.
De voorzieningenrechter vernietigt dit besluit omdat de gemeente onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een gezamenlijke huishouding; de relatie lijkt zakelijk. De gemeente stelt in hoger beroep dat betrokkene haar inlichtingenplicht heeft geschonden door haar relatie niet inzichtelijk te maken, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
De Raad oordeelt dat het niet aanvaardbaar is dat de gemeente uitwijkt naar een onduidelijke woon- en leefsituatie zonder bewijs van gezamenlijke huishouding. De bewijslast ligt bij de gemeente omdat het een voor betrokkene belastend besluit betreft. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente wordt afgewezen en de intrekking van de bijstand wordt vernietigd.