ECLI:NL:CRVB:2024:2394
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in Wajong-hoger beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een Wajong-uitkering. Tijdens de procedure werd het hoger beroep ingetrokken nadat het UWV een gewijzigde beslissing nam en alsnog de uitkering toekende. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs had moeten maken in zowel bezwaar, beroep als hoger beroep.
Daarnaast behandelde de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De totale procedure duurde vanaf ontvangst van het bezwaarschrift ruim vijf jaar, terwijl de redelijke termijn in soortgelijke zaken maximaal vier jaar bedraagt. De Raad stelde vast dat de redelijke termijn met ongeveer een jaar en twee maanden was overschreden en kende daarom een immateriële schadevergoeding toe van € 1.500,- aan appellant.
De Staat werd veroordeeld tot betaling van deze schadevergoeding en de proceskosten van appellant inzake het verzoek om schadevergoeding. Het UWV werd tevens veroordeeld tot vergoeding van het door appellant betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 13 december 2024.
Uitkomst: Het UWV en de Staat werden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.