Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
WW-uitkering. Dat een betrokkene een WW-uitkering heeft ontvangen heeft niet tot gevolg dat deze persoon in dienstbetrekking staat tot het Uwv.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was van juni 2016 tot 1 oktober 2019 in dienst bij appellante, die eigenrisicodrager is voor de Ziektewet. Na ziekmelding eind april 2019 en beëindiging van het dienstverband per 1 oktober 2019, weigerde het Uwv aanvankelijk ziekengeld toe te kennen omdat betrokkene niet ongeschikt zou zijn voor zijn eigen werk.
Na bezwaar en een aanvullend medisch onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep, oordeelde het Uwv dat betrokkene vanaf 1 oktober 2019 wel recht heeft op ziekengeld wegens psychische problematiek. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde vast dat betrokkene ziek uit dienst is gegaan. Appellante voerde in hoger beroep aan dat er sprake was van een conflictsituatie en dat betrokkene een benadelingshandeling had gepleegd door de vaststellingsovereenkomst te ondertekenen, maar de Raad volgde dit niet.
De Raad benadrukte dat het Uwv terecht het recht op ziekengeld heeft toegekend, dat de medische beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende gemotiveerd was en dat de bedrijfsarts onvoldoende onderbouwing gaf voor het standpunt dat betrokkene geschikt was voor zijn eigen werk. Ook oordeelde de Raad dat een oordeel over de benadelingshandeling buiten de reikwijdte van het geding valt. Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De toekenning van ziekengeld aan betrokkene per 1 oktober 2019 wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt verworpen.