Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
.Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door R.D. van den Heuvel.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving vanaf 2016 een WGA-uitkering en werkte vanaf 2019 deels als zelfstandige. In 2020 ontving hij naast zijn werk ook algemene bijstand op grond van de Tozo en werkte hij deels in loondienst. Het UWV betaalde voorschotten op basis van een geschatte inkomstenopgave van appellant. Na definitieve vaststelling van de inkomsten over 2020 volgde een terugvordering van €12.593,22 wegens te veel betaalde WIA-voorschotten.
Appellant voerde aan dat de Tozo-uitkering als inkomen meegewogen had moeten worden en dat terugvordering onterecht was. Hij stelde dat het UWV hem onvoldoende had geïnformeerd en dat de financiële en psychische gevolgen zwaar wogen. De rechtbank wees het beroep af, en ook de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de Tozo-uitkering niet als inkomen geldt volgens het toepasselijke AIB en dat appellant zijn inkomstenwijzigingen niet had doorgegeven.
De Raad stelde vast dat het UWV terecht de terugvordering handhaafde, dat geen dringende redenen tot matiging aanwezig waren en dat de betalingsregeling voldoende rekening houdt met de gevolgen. Het gebrek aan motivering in het bestreden besluit werd gepasseerd omdat appellant niet benadeeld was. Het hoger beroep werd verworpen en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De terugvordering van te veel betaalde WIA-voorschotten wordt bevestigd zonder matiging en het hoger beroep wordt afgewezen.