ECLI:NL:CRVB:2024:2227
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek tot herziening toekenning Wuv wegens gebrek aan nieuwe feiten
Appellant, geboren in 1935, heeft sinds 2000 herhaaldelijk verzocht om toekenningen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Deze verzoeken zijn steeds afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant vervolging had ondergaan of dat zijn psychische klachten verband hielden met het overlijden van zijn vader.
Na meerdere afwijzingen en ongegrondverklaringen van beroep heeft appellant in mei 2023 opnieuw een verzoek ingediend om herziening. Dit zevende verzoek is door de Sociale verzekeringsbank afgewezen en na bezwaar gehandhaafd. De Centrale Raad van Beroep heeft het beroep behandeld en beoordeeld of er nieuwe feiten of gegevens waren die een ander oordeel rechtvaardigen.
De Raad concludeert dat appellant geen relevante nieuwe medische gegevens heeft overgelegd. De verklaring van het Sinaï Centrum uit november 2022 werpt geen nieuw licht op de oorzaak van de PTSS, die eerder is vastgesteld als voortkomend uit eigen oorlogservaringen. Daarom blijft het bestreden besluit in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard. Appellant krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.