ECLI:NL:CRVB:2024:2166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WIA-uitkering naar 59,19% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante ontving sinds 2019 een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling op verzoek van haar ex-werkgever stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid bij besluit van juli 2022 vast op 47,45%, met een verlaging van de uitkering per 2 augustus 2024. Na bezwaar werd dit aangepast naar 59,19%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, ondanks het ontbreken van een lichamelijk onderzoek. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had een uitgebreid dossieronderzoek verricht, een telefonisch spreekuur gehouden en een hoorzitting bijgewoond. De beperkingen van appellante waren vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet in staat was tot arbeid en dat de medische beoordeling onvolledig was, mede vanwege het ontbreken van een lichamelijk onderzoek en onvoldoende waardering van medische informatie van haar huisarts en psychiatrisch onderzoek. De Raad oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was, dat appellante geen belemmeringen had ondervonden bij het onderbouwen van haar standpunt en dat de medische en arbeidskundige conclusies juist waren. De geselecteerde functies zijn passend en er is geen reden om het besluit te herzien.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en liet de verlaging van de WIA-uitkering in stand. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten. De beslissing is genomen op 20 november 2024 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De verlaging van de WIA-uitkering naar 59,19% arbeidsongeschiktheid per 2 augustus 2024 wordt bevestigd.