ECLI:NL:CRVB:2020:75
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldigheid medisch onderzoek en arbeidsongeschiktheidsbeoordeling WIA
Appellant, voormalig coördinator, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering. Het UWV stelde na herbeoordeling de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 68,37%, waarbij beperkingen werden vastgesteld op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een arbeidsdeskundig rapport.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld ondanks het ontbreken van lichamelijk onderzoek. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en stelt vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende informatie had, onder meer via brieven van behandelend specialisten.
Appellant voerde aan dat verdergaande beperkingen hadden moeten worden aangenomen vanwege slaapapneu, knieklachten en depressieve klachten, en dat het Protocol depressieve stoornis niet adequaat was gevolgd. De Raad oordeelt dat appellant deze stellingen niet met medische stukken heeft onderbouwd en dat het Protocol niet vereist dat alle aspecten expliciet worden besproken.
De Raad ziet geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige en bevestigt dat de arbeidsdeskundige terecht heeft geoordeeld dat appellant de geselecteerde functies kan vervullen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 68,37% bevestigd.