ECLI:NL:CRVB:2024:2160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing en intrekking WIA-uitkering wegens niet verschijnen medisch onderzoek
Appellant ontving sinds 2008 een WGA-uitkering en verbleef sinds maart 2021 in Turkije. Het UWV riep appellant op voor medische spreekuren op 18 februari en 8 maart 2022, waarvoor hij niet verscheen. De WIA-uitkering werd per 1 maart 2022 geschorst en later ingetrokken wegens het niet nakomen van verplichtingen.
Appellant voerde aan dat hij vanwege PTSS en medische problemen niet naar Nederland kon reizen en dat het onderzoek ook digitaal of in Turkije had kunnen plaatsvinden. De rechtbank oordeelde dat een fysiek spreekuur noodzakelijk is voor een goede beoordeling en dat de medische verklaringen onvoldoende onderbouwing boden voor het niet reizen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel. De medische stukken in hoger beroep verschillen niet wezenlijk van eerdere verklaringen en geven geen reden om het oordeel te wijzigen. Het UWV heeft het recht om een fysiek onderzoek in Nederland te verlangen, ook in het kader van een onderzoek naar gezondheidsfraude.
Het hoger beroep wordt verworpen, waardoor de schorsing en intrekking van de WIA-uitkering in stand blijven. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De schorsing en intrekking van de WIA-uitkering worden bevestigd omdat appellant niet is verschenen op het medisch spreekuur zonder geldige medische onderbouwing.