Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft herhaaldelijk een Wajong-uitkering aangevraagd na een eerdere afwijzing in 2013, waarbij hij stelde dat er nieuwe feiten en veranderde omstandigheden waren. Het UWV heeft deze aanvragen steeds afgewezen, omdat de medische en arbeidskundige onderzoeken geen nieuwe feiten of duurzame beperkingen toonden die een herziening rechtvaardigen.
De rechtbank Noord-Nederland heeft de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond verklaard, waarbij is geoordeeld dat de beperkingen en diagnoses zoals PTSS en gedragsproblematiek al bekend waren en meegenomen in eerdere beoordelingen. Ook de toekenning van de Indicatie banenafspraak is door de rechtbank bevestigd, omdat appellant op dat moment geen arbeidsvermogen had maar dit geen duurzaam karakter heeft.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat er wel nieuwe feiten zijn en dat het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is, maar deze stellingen zijn niet onderbouwd met nieuwe medische stukken. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en het UWV, wijst het verzoek om een onafhankelijke deskundige af en bevestigt de eerdere uitspraken.
De Raad concludeert dat de weigering van de Wajong-uitkering en de toekenning van de Indicatie banenafspraak terecht zijn en dat appellant geen proceskostenvergoeding ontvangt. De aangevallen uitspraken blijven daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering en de toekenning van de Indicatie banenafspraak.