ECLI:NL:CRVB:2024:1974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand wegens aanspraak op verkoopprijs woning vanaf datum overeenkomst
Appellante ontving bijstand vanaf januari 2017 en had een geschil met een BV over de verkoop van haar woning. Op 5 februari 2019 sloten zij een overeenkomst waarin werd vastgelegd dat appellante recht had op €150.000,- van de verkoopprijs van de woning. Hoewel zij dit bedrag pas op 4 december 2019 ontving, stond vast dat de aanspraak al bij het sluiten van de overeenkomst was ontstaan.
Het college vorderde op basis van artikel 58 PW Pro de bijstand terug die appellante had ontvangen in de periode van 5 februari 2019 tot en met 3 december 2019, omdat zij toen al aanspraak had op het bedrag. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, en appellante ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aanspraak op het bedrag al bij het sluiten van de overeenkomst was ontstaan en dat het college daarom bevoegd was de bijstand terug te vorderen over de betreffende periode. Het hoger beroep werd verworpen en de terugvordering bleef in stand. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand over de periode vanaf de datum van de overeenkomst wordt bevestigd.