ECLI:NL:CRVB:2024:1801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen betaalspecificaties WIA-uitkering niet-ontvankelijk wegens ontbreken besluit
Appellante ontvangt een IVA-uitkering en maakte bezwaar tegen meerdere betaalspecificaties van het UWV uit 2019. Het bezwaar tegen de betaalspecificatie van 13 mei 2019, waarin beslaglegging op vakantietoeslag is verwerkt, werd ongegrond verklaard omdat het UWV gehouden is het beslag uit te voeren. De bezwaren tegen de betaalspecificaties van 12 mei, 11 juni en 14 oktober 2019 werden niet-ontvankelijk verklaard omdat deze specificaties geen besluiten zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat het UWV niet de geldigheid van het beslag hoeft te beoordelen en dat de jaarlijkse uitbetaling van vakantiegeld volledig voor beslag vatbaar is indien het inkomen boven de beslagvrije voet ligt. De betaalspecificaties zonder wijziging zijn volgens vaste rechtspraak geen nieuwe besluiten, maar herhalingen van eerdere beslissingen waarop bezwaar niet openstaat.
Appellante voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad benadrukte dat het UWV aan het beslag moet meewerken en dat civiele rechter de juiste instantie is voor bezwaren tegen beslaglegging. De bezwaren tegen de niet-wijzigende betaalspecificaties zijn terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep wordt afgewezen en appellante krijgt geen vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.