ECLI:NL:CRVB:2015:2511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat UWV gehouden is medewerking te verlenen aan beslag op WIA-uitkering
Appellante ontvangt sinds januari 2012 een WIA-uitkering van het UWV. In november 2012 heeft het UWV de uitkering verlaagd vanwege een beslag dat door een deurwaarder is gelegd, waarbij rekening is gehouden met de beslagvrije voet.
Appellante maakte bezwaar tegen deze verlaging, maar het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat zij gehouden is medewerking te verlenen aan het beslag en niet bevoegd is de geldigheid van het beslag te toetsen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk, vernietigde het besluit en verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat het aan de civiele rechter is om de geldigheid van het beslag te beoordelen.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze lijn. De Raad benadrukt dat het beslag onder derden geregeld is in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en dat het UWV binnen het kader van het beslag is gebleven bij het nemen van de betalingsbeslissing. De Raad wijst erop dat appellante haar bezwaren tegen het beslag kan voorleggen aan de civiele rechter.
De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waarmee het UWV in het gelijk wordt gesteld dat het gehouden is medewerking te verlenen aan het beslag en niet de geldigheid daarvan mag toetsen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV gehouden is medewerking te verlenen aan het beslag en dat het hoger beroep ongegrond is.