ECLI:NL:CRVB:2024:1659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WIA-uitkering en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft het hoger beroep tegen het UWV-besluit tot weigering van een WIA-uitkering en de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene per 10 januari 2015. De rechtbank vernietigde het eerste besluit wegens een ontoereikende medische grondslag, omdat volgens een deskundige betrokkene geen benutbare mogelijkheden had. Het UWV betwistte dit en stelde dat er wel benutbare mogelijkheden waren, onderbouwd met medische rapporten.
De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het oordeel van de deskundige volgde dat betrokkene geen benutbare mogelijkheden had, omdat de opnames niet voldeden aan de criteria van het Schattingsbesluit. De Raad benoemde een eigen deskundige, die meer beperkingen vaststelde dan eerder aangenomen. Op basis daarvan stelde de verzekeringsarts bezwaar en beroep een gewijzigde Functionele Mogelijkhedenlijst op, met een urenbeperking van circa 4 tot 4,5 uur per dag.
Het UWV nam daarop een tweede besluit waarin een WIA-uitkering werd toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 59,58%. Betrokkene voerde aan dat hij vanwege onvoorspelbare aanvallen niet kan werken en dat de geselecteerde functies ongeschikt zijn. De Raad volgt dit niet en acht het UWV-standpunt gemotiveerd en juist.
Ten slotte oordeelt de Raad dat de redelijke termijn voor de procedure is overschreden met ruim drie jaar, waardoor betrokkene recht heeft op een schadevergoeding van €3.500,-. De Raad bevestigt de vernietiging van het eerste besluit, verklaart het beroep tegen het tweede besluit ongegrond en veroordeelt de Staat en het UWV in proceskosten en schadevergoeding.
Uitkomst: De rechtbank vernietigde het eerste UWV-besluit terecht, het tweede besluit wordt gehandhaafd en betrokkene ontvangt een schadevergoeding van €3.500,- wegens termijnoverschrijding.